Op zoek naar een sfeervolle Toscaanse stad waar je geen hordes toeristen tegenkomt, maar wél middeleeuwse charme, knusse straatjes en eeuwenoude pleinen? Dan zit je in Lucca helemaal goed. Deze compacte stad ligt op nog geen halfuur van Pisa en voelt als een goed bewaard geheim. Binnen de imposante stadsmuren vind je een doolhof van kerken, torens, stadspaleizen en verborgen pareltjes, en dat allemaal heel praktisch op loopafstand van elkaar.
Anders dan de meeste Toscaanse steden barst Lucca niet van de iconische trekpleisters die je van je lijstje ‘moet afvinken’, maar er is toch genoeg te doen en zien. Wat ons betreft draait een bezoek aan Lucca vooral om de typisch Italiaanse sfeer, het tempo van de stad, en de combinatie van cultuur, historie en het lekkere eten. Natuurlijk is ook Lucca als Toscaanse parel zeker wel toeristisch, maar je kunt hier toch net wat meer van het lokale leven genieten dan in beroemde trekpleisters als Pisa of Florence.
In deze blog nemen we je mee langs de mooiste bezienswaardigheden van Lucca. Van torens met bomen op het dak tot stille kerken, elegante paleizen en panoramische stadswandelingen: dit zijn de plekken die je niet wilt missen tijdens je bezoek aan Lucca.



Waar ligt Lucca in Italië?
Lucca ligt in het noordwesten van Toscane, tussen de bergen en de kust in. De stad ligt in een brede vallei langs de rivier de Serchio, op ongeveer twintig kilometer van de zee. Dat maakt het niet alleen een mooie, maar ook een strategisch handige uitvalsbasis. Vanuit Lucca sta je binnen een halfuur in het beroemde Pisa, en met de trein of auto ben je in iets meer dan een uur in hartje Florence. Ideaal als je Toscane wilt verkennen zonder elke nacht ergens anders te slapen.
In de directe omgeving is genoeg te zien en doen. Westelijk van Lucca ligt Pisa, natuurlijk bekend om zijn scheve toren, maar ook leuk vanwege de sfeervolle pleinen en studentenenergie. Richting het oosten ligt Florence, het kunstzinnige hart van de regio. Ga je liever de natuur in? Dan zit je goed in de Garfagnana, een bergachtig gebied vol kastelen, bossen en slaperige dorpjes. En voor een dagje strand zijn Viareggio en Forte dei Marmi allebei makkelijk bereikbaar vanaf Lucca. Zo combineer je cultuur, natuur en zee zonder dat je ver hoeft te reizen.



Waar staat Lucca om bekend?
Lucca heeft iets wat je niet vaak tegenkomt: een perfect bewaard middeleeuws centrum, volledig omringd door een dikke stadsmuur waar je overheen kunt wandelen of fietsen. De stad staat ook bekend om haar wirwar van straatjes, tientallen kerken, een skyline vol torens, de klassieke muziek van Giacomo Puccini en een stevige, lokale keuken. Geen drukte en geen massa’s toeristen, maar een meer authentieke beleving.
Die stadsmuren zijn misschien wel het meest opvallend. Vier kilometer lang, met bastions, bomen en uitzichtpunten. Waar andere steden hun muren neerhaalden, besloot Lucca ze te behouden en er een park van te maken. Nu zijn het wandel- en fietspaden waar je tussen de bomen de stad van bovenaf ontdekt. En het mooiste? Ze omsluiten het hele centrum. Daardoor voelt het historische hart van Lucca als een wereld op zich, een soort unieke cocon vol geschiedenis.
Binnen die muren is het alsof de tijd heeft stilgestaan. Het historisch centrum is een perfect bewaarde Middeleeuwse stad. Het stratenplan gaat terug tot de Romeinse tijd, met een keurig raster van rechte lijnen. Maar wat je vooral merkt, is hoe compact en overzichtelijk alles is. Geen steile hellingen of trappen, maar een vlakke stad waar je rustig rondloopt tussen kleine pleintjes, lokale winkeltjes en kleurrijke huizen. Alles oogt charmant en precies zoals je het ziet in Italiaanse films.
Wat Lucca echt uniek maakt, is het grote aantal kerken. Niet voor niets wordt het door Italianen de ‘stad van de honderd kerken’ genoemd. Op bijna elke straathoek vind je er wel een. Sommige zijn open, andere gesloten, en een paar zijn omgetoverd tot expositieruimte of concertzaal. Maar ze getuigen allemaal van een lange, diepgewortelde religieuze traditie die je overal tegenkomt: in de architectuur, in de kunst, en in het straatbeeld.
Iconisch zijn ook die middeleeuwse torens. In de middeleeuwen bouwden rijke families in Lucca hun eigen woontorens, hoe hoger hoe beter. Niet om indruk te maken op bezoekers, maar om de andere families te laten zien wie hier de macht had. De meeste zijn verdwenen, maar een paar herken je meteen. De Torre Guinigi, met z’n bomen op het dak, is misschien wel het beroemdste voorbeeld. En ook de Torre delle Ore, met een klok die nog steeds met de hand wordt opgewonden, is typisch voor Lucca.
Lucca is bovendien de stad van Giacomo Puccini. De wereldberoemde componist werd hier geboren en groeide hier op, voordat hij de grote operahuizen veroverde. Zijn naam kom je nog overal tegen, van musea tot concerten. In de zomer kun je regelmatig wel ergens een uitvoering bijwonen, vaak in kleine kerken of op sfeervolle binnenpleinen.
Tot slot: de lokale keuken. Zoals je verwacht in Toscane draait alles hier om simpele, pure ingrediënten. Maar Lucca heeft zo z’n eigen klassiekers. Tordelli lucchesi bijvoorbeeld: gevulde pasta met vlees, geserveerd met een volle vleessaus. Of probeer buccellato: een zoet brood met anijs dat je zelfs op straat al ruikt als je langs de bakker komt.



Toeristische kaart van Lucca
Wat te doen in Lucca
#1 Torre Guinigi
Lucca zit vol met middeleeuwse torens, maar de Torre Guinigi is wel het bekendste. Deze bijzondere toren heeft namelijk een groepje eikenbomen op het dak. De toren is gebouwd in de veertiende eeuw door de machtige Guinigi-familie, die zich als rijke zijdehandelaren flink wilden laten gelden. In die tijd gold: hoe hoger je toren, hoe belangrijker je was. Deze toren is veertig meter hoog en steekt boven de meeste daken van Lucca uit.
Bovenop groeien al sinds de vijftiende eeuw steeneiken, als symbool voor kracht en vernieuwing. Je moet er meer dan tweehonderd trappen voor op, maar eenmaal boven heb je een geweldig uitzicht over de hele stad en de omliggende heuvels. De toren is van baksteen, sober van stijl, maar stevig en indrukwekkend. Een kaartje kost een paar euro, en je kunt ze meestal gewoon ter plekke kopen.


#2 Duomo di San Martino (Kathedraal van Lucca)
De Duomo di San Martino ligt net iets buiten de drukste straten van het centrum, aan een ruim en sfeervol plein. De kerk werd gebouwd in het jaar 1060, op initiatief van bisschop Anselmo, die later paus Alexander II werd. De gevel is indrukwekkend: wit marmer, rijk versierd, met drie lagen bogen boven elkaar. Leuk detail: omdat de toren er al stond, is de ingang aan de rechterkant wat smaller.
Binnen vind je het Volto Santo, een houten kruisbeeld dat volgens de overlevering door Nicodemus zelf is gemaakt. Het beeld is eeuwenlang het religieuze hart van Lucca geweest en wordt elk jaar op 14 september tijdens een grote processie geëerd. In een zijkapel zie je het graf van Ilaria del Carretto, een jong gestorven adellijke vrouw, prachtig gebeeldhouwd door Jacopo della Quercia in het jaar 1406. Verder hangen er werken van bekende Italiaanse kunstenaars, zoals Tintoretto. De kerk is dagelijks open voor bezoekers en de toegang is betaald.


#3 Stadsmuren van Lucca
Een rondje Lucca begint of eindigt eigenlijk altijd met een wandeling of fietstocht over de stadsmuren. Deze vier kilometer lange ring rond het centrum werd in de zestiende en zeventiende eeuw gebouwd, met dikke wallen en elf bastions. Ze moesten de stad beschermen tegen aanvallen, vooral van het machtige Florence, maar zijn nooit echt in actie gekomen. Daardoor zijn ze nog volledig intact.
In de negentiende eeuw werd besloten om de muren niet af te breken, maar juist open te stellen als openbaar park. Bovenop ligt nu een breed pad, omgeven door bomen, gras en uitzicht op zowel het historische centrum als de buitenwijken. Je ziet locals wandelen met honden, kinderen fietsen en mensen picknicken op de bastions. Er zijn op meerdere plekken toegangspunten, met trappen of hellingen. Toegang is helemaal gratis. Fietsen, of eigenlijk zagen we vooral vierpersoonsfietskarren met toeristen, kun je huren bij onder andere Porta San Pietro of Porta Santa Maria. Het is een leuke manier om Lucca van bovenaf te leren kennen en meteen gelijk een fijne wandeling te maken.

#4 Piazza dell’Anfiteatro
Je staat er misschien niet meteen bij stil, maar zodra je Piazza dell’Anfiteatro opwandelt, sta je letterlijk op eeuwenoude geschiedenis. De ovale vorm van dit plein verraadt het al: hier stond ooit een Romeins amfitheater uit de tweede eeuw na Christus. Toen zaten hier zo’n 10.000 toeschouwers te kijken naar gladiatorengevechten en andere spektakels. De bouw werd gefinancierd door een invloedrijke Romeinse senator, Quintus Vibius Crispus, en het theater bleef tot in de late oudheid in gebruik.
In de middeleeuwen raakte het gebouw in verval. Wat er nog overeind stond, werd stukje bij beetje bebouwd met huizen, werkplaatsen en zelfs een gevangenis. Pas in de negentiende eeuw kreeg het gebied een opknapbeurt. Architect Lorenzo Nottolini liet een groot deel van de latere bebouwing slopen, maar behield de vorm van het amfitheater. Zo ontstond het huidige plein, met kleurrijke huizen die precies de contouren van het oude bouwwerk volgen.
Tegenwoordig is het een gezellige plek vol terrassen en restaurantjes. Via vier doorgangen met bogen stap je het plein op, waar je midden in de gezelligheid belandt. Let op de bogen en muurstructuren in de gevels, want sommige zijn originele delen van het Romeinse theater. Dit is een fijne plek om even te pauzeren, een cappuccino te drinken en te genieten van het feit dat je letterlijk bovenop tweeduizend jaar geschiedenis zit.
Tip: omdat de restaurants elkaar nogal beconcurreren, hebben ze allemaal wel een voordelige toeristenlokker, zoals een pizza margherita voor maar € 5 of een aperol spritz voor € 3. Daar hebben wij zeker ons voordeel mee gedaan, proost!

#5 San Michele in Foro
Wie door het centrum van Lucca wandelt, komt bijna vanzelf uit op het Piazza San Michele, het oude Romeinse marktplein. In het midden daarvan staat de imposante kerk San Michele in Foro. De bouw begon al in de elfde eeuw, op initiatief van bisschop Anselmo die later paus Alexander II werd. De kerk is gewijd aan de aartsengel Michaël, en je ziet hem meteen: een vier meter hoog beeld van de engel torent boven op de façade, met uitgespreide vleugels en een zwaard in de hand.
Volgens een lokale legende zit er een kostbare diamant verstopt in zijn borstplaat. De gevel is sowieso indrukwekkend: vier verdiepingen vol marmeren bogen, zuiltjes en beeldhouwwerk, typisch voor de Pisaans-Romaanse bouwstijl. Elke zuil heeft een ander patroon of motief, alsof de steenhouwers elkaar probeerden te overtreffen.
Binnen is het eenvoudiger en tot onze verbazing zelfs in vrij slechte staat met veel lekkages, schimmel en vochtplekken. Het heeft een klassiek romeins basiliekontwerp: drie beuken, een kruisvormige plattegrond en weinig decoratie. Toch zijn er een paar bijzondere kunstwerken te vinden, zoals een keramische Madonna met Kind van Andrea della Robbia en een altaarstuk van Filippino Lippi met vier heiligen. De kerk is gratis toegankelijk en dagelijks open. Zeker even binnenlopen, al is het alleen maar om de sfeer te voelen van een plek die al duizend jaar het centrum van de stad vormt.


#6 Basiliek van San Frediano
Als je vanaf Via Fillungo naar het noorden loopt, kom je vanzelf bij de Basiliek van San Frediano. Dit is een van de oudste kerken van Lucca en werd in de zesde eeuw gesticht door bisschop Frediano, een Ierse monnik die later heilig werd verklaard. Wat ons direct opvalt, is het enorme mozaïek op de verder vrij eenvoudige voorgevel. Het stelt de hemelvaart van Christus voor en dateert uit de dertiende eeuw. De goudkleurige achtergrond en heldere kleuren maken het werk uniek in Toscane.
De kerk is gebouwd in sobere romaanse stijl, met een groot middenschip en twee zijbeuken. De zuilen zijn voorzien van eenvoudige kapitelen, sommige met figuren of bladeren. Een van de mooiste onderdelen is de doopkapel, met een twaalfde-eeuws doopvont. De reliëfs op dit doopvont vertellen Bijbelse verhalen en zijn verrassend gedetailleerd voor die tijd.
Verder zie je fresco’s en schilderijen van lokale meesters die verspreid zijn over het interieur. De kerk is dagelijks te bezoeken en toegang is betaald.

#7 Torre delle Ore (Klokkentoren)
Midden in het centrum van Lucca, aan de drukke Via Fillungo, torent de Torre delle Ore hoog boven alles uit. Met zijn vijftig meter is dit de hoogste toren van de stad. In de middeleeuwen waren er meer dan honderd van dit soort torens in Lucca. Rijke families bouwden ze als statussymbool én uit voorzorg, zodat ze zich bij conflicten in hun eigen toren konden terugtrekken. De meeste zijn verdwenen, maar de Torre delle Ore staat er nog gewoon.
De toren werd gebouwd in de dertiende eeuw en had verschillende eigenaren. In 1390 besloot de stad er een klok op te plaatsen. De eerste werd gemaakt door een lokale goudsmid, maar het huidige uurwerk uit de achttiende eeuw komt van de Zwitserse klokkenmaker Louis Simon. En dat werkt nog steeds. Sterker nog, het wordt nog altijd met de hand opgewonden, wat maar weinig torens in Europa kunnen zeggen.
Je kunt de toren beklimmen via 207 houten treden. Onderweg kijk je letterlijk in de mechaniek van de klok en zie je het radenspel nog draaien. Boven wacht een prachtig uitzicht over Lucca: de daken, de torens, de stadsmuren en in de verte de groene heuvels. Toegang kost een paar euro, en je kunt ook een combinatieticket nemen voor deze toren, de Torre Guinigi en de botanische tuin.


#8 Casa di Puccini
Liefhebbers van klassieke muziek kunnen niet om Casa di Puccini heen. Dit huis, gelegen aan de rustige Corte San Lorenzo, is het geboortehuis van componist Giacomo Puccini, een van de groten uit de operageschiedenis. Hij werd hier geboren in 1858 en groeide er op in een muzikale familie, voordat hij op jonge leeftijd naar Milaan vertrok om te studeren. Nu is het huis omgetoverd tot een kleinschalig museum dat zijn leven en werk in beeld brengt.
Binnen stap je zijn wereld binnen. Je ziet de originele Steinway-piano waarop hij zijn laatste opera Turandot componeerde, plus handgeschreven partituren, brieven, familiefoto’s en meubels uit zijn tijd. Alles is zo ingericht dat het lijkt alsof hij elk moment kan binnenkomen. Er hangen ook kostuums van zijn opera’s, waaronder een origineel stuk uit de première van Turandot in New York in 1926.
#9 Piazza’s van Lucca
Lucca barst van de pleinen: sommige groot en levendig, andere klein en verscholen. Elk plein heeft zijn eigen karakter en verhaal. Je kent misschien al het Piazza dell’Anfiteatro of Piazza San Michele, maar er zijn er meer die je zeker niet moet overslaan.
Begin bij Piazza Napoleone, het grootste plein van de stad. Dit plein werd begin negentiende eeuw aangelegd door Elisa Bonaparte, de zus van Napoleon, die toen de macht had in Lucca. Ze liet hele stadsblokken slopen om ruimte te maken voor dit prestigeproject. Aan de rand staat het Palazzo Ducale, ooit haar residentie, nu deels in gebruik als overheidsgebouw. In de zomermaanden verandert het plein in een openluchtpodium voor concerten, met optredens van grote namen.
Net zo sfeervol, maar kleiner, is Piazza San Frediano, direct voor de gelijknamige basiliek. Hier heb je mooi zicht op het mozaïek op de gevel en kun je rustig neerploffen voor een espresso. Verder zijn er intieme pleintjes als Piazza San Salvatore of Piazza Cittadella, waar je standbeelden van Puccini en historische gevels tegenkomt. Perfect om even rond te dwalen, zonder vast plan, en gewoon de sfeer van Lucca in je op te nemen.

#10 Via Fillungo
Via Fillungo is de hoofdstraat van Lucca en het kloppend hart van het dagelijks leven in de stad. Deze middeleeuwse straat slingert dwars door het centrum en zit vol met winkels, cafés, boetieks en bakkerijen. Alles wat je nodig hebt, vind je hier: van bekende Italiaanse modemerken tot kleine ambachtelijke winkels met lokale delicatessen of handgemaakte sieraden.
Maar Via Fillungo ademt ook historie. Aan weerszijden zie je gebouwen uit de middeleeuwen en renaissance, vaak met originele details in het metselwerk of de ramen. Wij vonden het genot om omhoog te kijken. Sommige huizen hebben nog oude familiewapens op de gevels en andere panden hebben oude fresco’s of prachtige balkons.
Tussen de winkels duiken ineens historische pareltjes op, zoals de Torre delle Ore of de kerk van San Cristoforo, waarvan alleen de gevel nog over is. De straat is autovrij, dus je kunt er op je gemak slenteren.


#11 Stadspaleizen van Lucca
Wie goed oplet tijdens het wandelen door Lucca, merkt al snel dat deze stad meer is dan alleen kerken en torens. Verspreid door het centrum vind je verschillende stadspaleizen die je een inkijkje geven in het rijke, aristocratische verleden van de stad. Twee ervan mag je zeker niet missen: Palazzo Ducale en Palazzo Pfanner.
Palazzo Ducale ligt aan het grote Piazza Napoleone en heeft een bewogen geschiedenis. Ooit stond hier de Fortezza Augusta, de persoonlijke vesting van Castruccio Castracani, een militair leider die begin veertiende eeuw korte tijd als heerser over Lucca regeerde. Na zijn dood werd de vesting deels afgebroken. In de zestiende eeuw kreeg het gebouw zijn huidige vorm, dankzij architect Bartolomeo Ammannati, die ook in Florence naam maakte. Tegenwoordig huisvest het paleis vooral overheidsdiensten, maar de binnenplaatsen, bogen en trappenhuizen ademen nog altijd grandeur.
Een totaal andere sfeer vind je bij Palazzo Pfanner, aan de rand van het historische centrum. Dit paleis werd in 1660 gebouwd door de familie Moriconi en kwam later in handen van de Weense arts Felix Pfanner, die er zelfs een kleine bierbrouwerij begon, een unicum in Italië. Wat het paleis echt bijzonder maakt, is de baroktuin aan de achterzijde. Denk aan symmetrische bloemenperken, beelden van mythologische figuren en fonteinen die zachtjes borrelen tussen het groen. Het interieur is deels te bezoeken, met antiek meubilair, oude medische instrumenten en fresco’s aan de muren.


#12 Andere kerken van Lucca
Als je een beetje rondloopt in Lucca, valt het al snel op: je struikelt hier bijna over de kerken. De stad wordt dan ook niet voor niets “de stad van de honderd kerken” genoemd. En hoewel de kathedraal, San Michele in Foro en San Frediano het vaakst worden genoemd, zijn er nog veel meer kerken die de moeite waard zijn.
Neem bijvoorbeeld San Cristoforo, aan de Via Fillungo. Van buiten zie je een stevige romaanse gevel uit de dertiende eeuw, met strak steenwerk en ronde bogen. De kerk wordt niet meer gebruikt voor missen, maar is open als expositieruimte. Loop er vooral even naar binnen als de deuren openstaan. Je kunt zomaar in een tijdelijke tentoonstelling belanden, midden in een eeuwenoud interieur.
Ook bijzonder is de San Romano, vlak bij Piazza San Michele. Deze kerk lijkt van buiten misschien niet zo opvallend, maar binnen is het een grote, sobere ruimte die tegenwoordig wordt gebruikt voor concerten en culturele events.
Verder naar het oosten ligt de San Francesco, een gotische kerk met een rustige binnenplaats. In het bijbehorende klooster ligt Paolo Guinigi begraven, een belangrijke bestuurder uit de vijftiende eeuw. De kerk is de afgelopen jaren gerestaureerd en wordt nu vaak gebruikt voor universiteitsactiviteiten, lezingen en huwelijken.
En dan heb je ook nog San Giusto en San Pietro Somaldi, twee kerken met een lange geschiedenis, die teruggaat tot de elfde of twaalfde eeuw. Hier zie je nog goed hoe de romaanse stijl overgaat in vroeggotische vormen. Eenvoudig van buiten, verrassend rijk van binnen, met hier en daar een middeleeuws beeld, een houten altaarstuk of een oud fresco.
De meeste van deze kerken liggen gewoon op je route als je door de stad loopt. Vaak zijn ze gratis toegankelijk, of open tijdens evenementen. Ook als je niet per se religieus bent, zijn het plekken die je iets laten zien van het religieus verleden van de stad.