Een verlaten stad midden in de Namibische woestijn, waar ooit champagne goedkoper was dan water. Kolmanskop was begin 20e eeuw een van de rijkste plekken van Afrika, gebouwd door Duitse kolonisten op een plek waar diamanten letterlijk voor het oprapen lagen. Vandaag de dag is het een surrealistische plek waar vervallen villa’s worden opgeslokt door zandduinen en waar je door lege ziekenhuishallen en klaslokalen wandelt die tot aan de ramen gevuld zijn met zand.
Kolmanskop is nu een openluchtmuseum en een van de meest fotogenieke plekken van Namibië. Wat ons betreft een absolute must-see tijdens je roadtrip door het zuiden van het land. In deze blog lees je meer over de geschiedenis van dit bijzondere stadje én krijg je praktische tips voor je bezoek.




Hoe kom je in Kolmanskop?
Kolmanskop ligt in het zuiden van Namibië, in een verlaten stuk woestijn tussen Aus en Lüderitz. Vanuit Aus is het zo’n 115 kilometer rijden naar de kust, en vanuit Lüderitz ben je er in slechts 10 à 15 minuten. De spookstad ligt dus letterlijk midden in de leegte, en dat maakt het extra bijzonder.
De route tussen Aus en Lüderitz loopt over de B4, een verrassend goede asfaltweg door een verder compleet dor landschap. Onderweg heb je grote kans om wilde woestijnpaarden te spotten bij het uitzichtpunt bij Garub. Deze paarden zijn uniek in Afrika en hebben zich volledig aangepast aan het leven in de droogte. Met wat geluk zie je ze drinken bij de waterput langs de weg.
Hoe dichter je bij Lüderitz komt, hoe meer je merkt dat de woestijn langzaam de weg probeert terug te winnen. Vooral op de laatste kilometers zie je regelmatig zandduinen die deels over het asfalt zijn gewaaid. Soms moet je zelfs even slalommen, alsof je al een voorproefje krijgt van Kolmanskop.
Je kunt Kolmanskop prima bezoeken vanuit zowel Aus of Lüderitz. Wij sliepen op beide plekken, maar vonden Lüderitz echt een leuke plek om iets langer te blijven. Het is een kleurrijk stadje aan zee, met Duitse bouwstijl, een paar goede restaurants en schitterende natuur in de omgeving. In onze wat te doen in Lüderitz-blog lees je al onze tips.


De geschiedenis van Kolmanskop: diamantkoorts in de woestijn
Kolmanskop is misschien nu een spookstad, maar ooit was het een van de rijkste plekken van Afrika. En dat allemaal dankzij een glinsterende steen in het zand.
In 1908 vond spoorwegwerker Zacharias Lewala vlak bij Lüderitz een steentje dat opviel. Hij gaf het aan zijn Duitse opzichter August Stauch, die meteen doorhad dat het een diamant was. Al snel bleek dat er nog veel meer diamanten in het zand lagen — gewoon los aan het oppervlak. Je hoefde er letterlijk alleen maar naar te bukken.
Duitsland riep het gebied razendsnel uit tot Sperrgebiet (verboden gebied), sloot het hermetisch af en startte grootschalige diamantwinning. Dat Sperrgebiet bestaat trouwens nog steeds: ook nu mag je dit gebied alleen in met een vergunning.
De opbrengsten waren enorm. In de eerste jaren werd er naar schatting vijf miljoen karaat aan diamanten uit de grond gehaald. En om de Duitse ingenieurs en mijnwerkers een comfortabel leven te geven, werd er een compleet stadje gebouwd: Kolmanskop, zo’n 10 kilometer ten oosten van Lüderitz.
Voor die tijd was het een stad van ongekende luxe. Er kwamen statige huizen met glas-in-loodramen, een ziekenhuis met een van Afrika’s eerste röntgenapparaten, een ijsfabriek, een bowlingbaan, een gymzaal, een operazaal en zelfs een trammetje. En dat allemaal midden in de woestijn.
💡 Wist je dat…
Kolmanskop een van de eerste plekken in Afrika was met een röntgenapparaat? Niet om gebroken armen te controleren, maar om diamantdieven op te sporen. Werknemers werden gescand voordat ze met verlof mochten, om te checken of ze geen diamanten hadden ingeslikt. Omdat de straling destijds nog behoorlijk gevaarlijk was, mocht personeel maximaal één keer per maand met verlof, puur om geen gezondheidsrisico te lopen.


Kolmanskop nu: een spookstad in de woestijn
Maar het succes duurde niet lang. Rond 1927 werden er veel grotere diamanten gevonden verder naar het zuiden, bij de Oranjerivier. De mijnbouw verplaatste zich, Kolmanskop raakte in verval. De laatste bewoners vertrokken uiteindelijk in 1954.
Tegenwoordig is het zand de baas in Kolmanskop. De woestijn dringt overal naar binnen: ramen, deuren, gangen, badkamers… Alles wordt langzaam opgeslokt. Maar het levert wel een van de meest fotogenieke plekken van Namibië op.
💡 Wist je dat…
In het Sperrgebiet worden nog steeds diamanten gewonnen, maar nu uit zee. Decennialang heeft de wind de diamanten vanuit de woestijn in de zee geblazen. Boten met zware apparatuur schrapen de zeebodem af en zeven het zand op zoek naar edelstenen. Het water is ijskoud en de stroming sterk, dus makkelijk is het zeker niet. Toch liggen er daar waarschijnlijk nog miljoenen karaat aan diamanten verscholen.


Een bezoek aan Kolmanskop
Kolmanskop is een ontzettend bijzondere plek om te ervaren. Een stad die ooit vol leven was en nu langzaam verdwijnt onder het zand. Je loopt er door gangen waar de woestijn letterlijk naar binnen kruipt. Deuren staan half open, maar worden tegengehouden door zandheuvels. Het ene huis is tot kniehoogte gevuld, het andere tot aan het plafond.
Tegenwoordig is Kolmanskop een openluchtmuseum. Met een ticket kun je vrij rondlopen en gebouwen in en uit. Een standaardticket kost 180 Namibische dollar (in 2025) en koop je bij de ingang of vooraf bij het informatiecentrum in Lüderitz. Vanaf de poort rijd je zelf het terrein op tot aan het centrale plein, waar je parkeert bij het hoofdgebouw. Hier vind je het café, een kleine souvenirshop en een tentoonstelling over de geschiedenis van de stad.
In dat gebouw zat vroeger de aula en gymzaal, maar ook een bioscoopzaal en een operaruimte. In de tentoonstellingsruimte zie je oude foto’s, voorwerpen uit de mijnbouwtijd en informatie over hoe men hier leefde, én smokkelde. Want diamanten verdwenen soms in zakken, schoenen of zelfs in lichamen. Kolmanskop had niet voor niets een van Afrika’s eerste röntgenapparaten, puur om geslikte diamanten op te sporen.
Het terrein is dagelijks open van 8.00 tot 13.00 uur. Wil je tijdens zonsopkomst of in het gouden uur aan het eind van de dag fotograferen, dan heb je een aparte fotopermit nodig. Die kost 400 Namibische dollar (in 2025) en moet je een dag van tevoren regelen. Met die permit mag je er al in bij het eerste licht en dat is het mooiste moment van de dag, zeker voor fotografie.
Bij je toegangskaart is een rondleiding inbegrepen. Die duurt ongeveer drie kwartier en geeft net wat meer inzicht in het dagelijks leven hier. Je bezoekt onder andere de ijsfabriek, het postkantoor, de slagerij en de bowlingbaan. De tours starten van maandag tot en met zaterdag om 9.30 en 11.00 uur. Op zondag en feestdagen is er één rondleiding om 10.00 uur.


Toeristische kaart van Kolmanskop
Wat mag je niet missen in Kolmanskop?
Zodra je door de poort rijdt, zie je ze al liggen: tientallen halfverzakte huizen, bedekt onder een dikke laag zand. Kolmanskop telt meer dan dertig gebouwen, maar een paar daarvan springen er echt uit.
Achteraan het terrein vind je het oude ziekenhuis, het Krankenhaus. Hier zie je goed hoe ver het zand deze plek al heeft overgenomen. In de lange gang ligt het soms tot bovenaan de deurposten. Als je er vroeg bent, valt het licht prachtig schuin naar binnen en ontstaat er een bijna filmisch beeld van stilte en verval.
Een andere plek die je niet mag missen is de ijsfabriek. In een stad midden in de woestijn zonder elektriciteit was ijs een ongekende luxe. Elke dag kreeg elk huishouden een blok van twintig liter om hun koelkast koud te houden.
💡 Wist je dat…
Kolmanskop een eigen tram had? Niet voor passagiers, maar om grote blokken ijs door de stad te vervoeren. De rails liggen er nog steeds, al verdwijnen ze langzaam onder het zand.
Aan de noordkant van het terrein vind je de meest luxe huizen van de stad. De dubbele villa’s van de mijnmanager, de architect en de leraar staan op een verhoging met uitzicht over de woestijn. Sommige badkamers zijn nog grotendeels intact, met zwart-witte tegels die uit Europa zijn geïmporteerd. In het huis van de leraar zie je bijna niets meer van de vloer, want het zand heeft het huis zo goed als opgeslokt.
Vergeet ook niet het hoofdgebouw en alles daarachter. Vroeger was dit de recreatiezaal: gym, bioscoop, theater en operazaal in één. Ja, ook dat kon in de woestijn. Europese operasterren traden hier op voor een publiek van mijnwerkers en hun families. In hetzelfde gebouw ligt ook de Kegelclub, oftewel de bowlingbaan. De houten banen zijn nog verrassend intact, compleet met originele decoraties aan de muur. Je kunt er tijdens je rondleiding een kijkje nemen, en je voorstellen hoe de Duitse diamantwerkers hier hun vrije tijd doorbrachten.
Bewaar deze blog op Pinterest om later te herlezen:

