De Costa Blanca staat bij veel reizigers vooral bekend om zon, zee en lange stranden. Plaatsen als Benidorm, Torrevieja en Alicante trekken ieder jaar miljoenen bezoekers. Maar wie iets verder kijkt dan de strandboulevards ontdekt al snel dat je in deze regio nog meer vindt dan alleen badplaatsen.
Achter de kustlijn ligt een landschap vol ruige bergen, groene valleien en verrassend bijzondere plekken. Denk aan spectaculaire wandelingen door diepe kloven, roze zoutmeren waar flamingo’s leven, grotwoningen die in de rotsen zijn uitgehakt en verborgen baaien met helderblauw water.
Juist die minder bekende plekken maken een reis door de Costa Blanca zo leuk. Soms hoef je maar een half uur de bergen in te rijden om in een compleet andere wereld terecht te komen.
In deze blog delen we 18 van de mooiste en meest verrassende plekken in de Costa Blanca en omgeving. Perfect voor wie de regio nét even anders wil ontdekken.



Costa Blanca buiten de gebaande paden: 18 onbekende plekken
#1 Guadalest
Guadalest is zonder twijfel een van de meest bijzondere plekken van de Costa Blanca. Dit kleine bergdorp ligt spectaculair op een rots boven een felblauw stuwmeer en voelt bijna als een decor uit een film. Je bereikt het historische centrum via een tunnel die door de rots is uitgehouwen. Zodra je daar doorheen loopt, kom je in een wirwar van smalle straatjes, kleine pleinen en uitzichtpunten terecht.
Het absolute hoogtepunt is het kasteel boven op de rots. Vanaf de vestingmuren kijk je uit over het turquoise water van het stuwmeer en de ruige bergen van de Sierra de Aitana. Het uitzicht alleen al maakt de klim meer dan de moeite waard.

#2 Het roze meer van de Salinas de Torrevieja
De zoutmeren bij Torrevieja behoren tot de meest bijzondere landschappen van de Costa Blanca. In het natuurgebied Parque Natural de las Lagunas de La Mata y Torrevieja liggen twee enorme lagunes, waarvan één beroemd is vanwege zijn opvallende roze kleur. Dat bijzondere effect ontstaat door algen en micro-organismen die in het extreem zoute water leven.
Het gebied is niet alleen fotogeniek, maar ook een belangrijk natuurreservaat. In en rond de lagunes leven grote groepen flamingo’s en andere watervogels. Vanaf wandel- en fietspaden kun je het landschap van zoutvlaktes, rietvelden en water rustig verkennen.
Er wordt ook volop in het roze meer gezwommen. Niet alleen vanwege de roze kleur is dat een fotogeniek gezicht. Door het zoutgehalte blijf je ook in het water drijven! Volgens de borden is zwemmen strikt verboden om de algen en micro-organismen erin niet te verstoren, maar dat lijkt door veel bezoekers niet te worden opgevolgd.


#3 Pasarela de Relleu
De Pasarela de Relleu is een van de meest spectaculaire wandelingen aan de Costa Blanca. Deze loopbrug hangt hoog langs de wand van de rivierkloof van de Río Amadorio en geeft je het gevoel dat je letterlijk door de canyon zweeft. De wandeling begint bij het kleine bergdorp Relleu en voert door een droog, ruig landschap vol rotsen en mediterrane struiken. Je kunt ook nog dichterbij de kloof starten, waar een kleine parkeerplaats is. Met onze kleine kindjes gaven wij daaraan de voorkeur.
Het wandelpad naar de kloof is voor het grootste deel mooi, maar niet spectaculair. Het is vooral het laatste stuk door de kloof zelf wat het extra spannend maakt. Je passeert eerst een betaalloket, waar je voor een paar euro een ticket koopt en een (verplichte) helm te leen krijgt. Vervolgens wandel je over het hangende pad langs de rotswand, terwijl je ondertussen glazen panoramaplekken passeert. Vanaf hier kijk je tientallen meters recht naar beneden in de smalle kloof.
De Pasarela is relatief nieuw en daardoor nog minder bekend bij internationale bezoekers. Ook is het pad nog niet helemaal af. Het is vrij kort en stopt abrupt, terwijl je ziet dat er duidelijk nog wordt gewerkt aan het deel na het laatste glazen platform.


#4 Elche
Elche is een van de meest bijzondere steden van de regio, maar wordt verrassend vaak overgeslagen door reizigers aan de Costa Blanca. Dat is zonde, want hier ligt het grootste palmwoud van Europa. Het Palmeral de Elche staat zelfs op de UNESCO-werelderfgoedlijst en bestaat uit tienduizenden palmbomen die ooit door de Moren zijn aangeplant.
In het centrum van de stad kun je heerlijk wandelen door groene parken en palmentuinen. Vooral de Huerto del Cura is prachtig, met bijzondere palmen en rustige paden tussen het groen. Het contrast met de droge omgeving van de regio maakt het landschap hier bijna tropisch. Naast de palmen heeft Elche ook een gezellig historisch centrum met pleinen, terrassen en de indrukwekkende Basilica de Santa María.
Net buiten Elche vind je ook de stuwdam bij het Embassament d’Elx, wat een spectaculair mooie plek is. Je kunt er nog verder wandelen langs het stuwmeer zelf ook.

#5 Isla de Tabarca
Voor de kust van Alicante ligt een klein eiland dat totaal anders aanvoelt dan de rest van de Costa Blanca. Isla de Tabarca is het enige bewoonde eiland van de regio en staat bekend om zijn kristalheldere water en historische dorpskern. Vanuit de haven van Alicante of Santa Pola vaar je er in ongeveer een uur naartoe.
Het eiland is klein genoeg om in een paar uur te verkennen. Achter de oude stadsmuren liggen smalle straatjes, witgekalkte huizen en kleine pleinen waar het tempo meteen een stuk lager ligt dan op het vasteland. Aan de andere kant van het eiland vind je ruige kustlijnen en kleine baaien waar je kunt zwemmen of snorkelen.
Tabarca is bovendien een beschermd zeegebied, waardoor het water hier uitzonderlijk helder is. Vooral op een zonnige dag krijgt het eiland bijna Caribische kleuren.


#6 Cañón de Mascarat
Tussen Altea en Calpe ligt een van de meest indrukwekkende natuurlijke doorgangen van de Costa Blanca: de Cañón de Mascarat. Deze smalle kloof snijdt dwars door de bergen en vormt al eeuwenlang een natuurlijke verbinding tussen de kust en het binnenland.
Vanaf het Playa Mascarat loop je door de steeds smallere kloof, totdat de steile rotswanden zich tientallen meters omhoog aan beide kanten verrijzen. Extra bijzonder en fotogeniek zijn de drie bruggen die over de smalle kloof spannen, wat het landschap extra dramatisch maakt. Wil je dat drama nog meer opzoeken dan met een kloofwandeling? Je kunt hier ook bungeejumpen vanaf de brug!
Loop en klauter na de bruggen nog een stukje door tot het punt waar de kloof op z’n smalst wordt, er twee reusachtige stenen bovenop de kloof balanceren en je het einde van de canyon bereikt. In totaal is de wandeling maar iets van een kilometer, waardoor wij dit ook prima met onze kleine kindjes konden doen.

#7 Cuevas del Rodeo
In Rojales ligt een plek die je niet meteen aan de Costa Blanca zou verwachten: een wijk vol grotwoningen die letterlijk in de rotswand zijn uitgehakt. De Cuevas del Rodeo werden vroeger bewoond door lokale families, maar tegenwoordig hebben veel grotten een nieuwe bestemming gekregen.
Veel van de oude woningen zijn omgebouwd tot kleine ateliers waar kunstenaars werken. Terwijl je tussen de witte grotten door wandelt, kom je keramiek, schilderijen en handgemaakte kunst tegen. Het voelt bijna als een klein openluchtkunstcentrum, maar dan in een heel bijzondere setting.
Het gebied ligt op een heuvel boven Rojales, waardoor je ook mooi uitzicht hebt over de groene Vega Baja-vallei. Vooral op zondag is het hier gezellig, wanneer kunstenaars hun ateliers openen en er vaak kleine markten of culturele activiteiten plaatsvinden.
#8 Polop de la Marina
Aan de voet van de bergen achter Benidorm ligt Polop de la Marina, een dorp dat nog verrassend authentiek aanvoelt. De huizen liggen tegen een heuvel opgebouwd, met bovenop de resten van een oud kasteel. Nadat we naar het hoogste punt van het kasteel waren gewandeld, werden we beloond met een prachtig uitzicht over de kust, de omliggende dorpen en de bergen van de Marina Baixa. Rondom het oude kasteel is een pad met uitzichtpunten aangelegd, zodat we het panorama in volle glorie konden bewonderen.
De charme van Polop zit vooral verder vooral in de knusse dorpssfeer. Witte huizen met bloempotten voor de deur, rustige pleintjes en smalle straatjes. Op de Plaza de los Chorros vind je een bijzondere fontein met tientallen waterkraantjes waar helder bronwater uit de bergen stroomt. Een informatiebord legt uit hoe de dorpsbewoners hier vroeger aan hun dagelijks water moesten komen.


#9 Modderbaden bij Mar Menor
Aan de rand van de lagune van de Mar Menor ligt een van de meest bijzondere en tegelijk grappige ervaringen van de regio: de natuurlijke modderbaden. Bij het dorpje Lo Pagán zie je vaak mensen volledig ingesmeerd met donkere modder langs de oever staan om de modder te laten drogen. Het ziet er misschien een beetje vreemd uit, maar het is hier al jaren een populaire traditie.
De modder uit de lagune zit vol mineralen en zou goed zijn voor de huid en gewrichten. Het ritueel is simpel: je smeert jezelf in met modder die je van de bodem schraapt, laat het even opdrogen in de zon en spoelt daarna af in het water van de lagune. Op borden wordt bezoekers met klem verzocht dat weer in de modderbaden te doen en niet het water van de Mar Menor ernaast.
Omdat de Mar Menor een ondiepe binnenzee is, is het water hier vaak een paar graden warmer dan de Middellandse Zee. Daardoor voelt het bijna als een natuurlijke spa, maar dan gewoon midden in de natuur.
#10 Santuario de Santa María Magdalena
Net buiten het stadje Novelda staat een kerk die je eerder in Barcelona zou verwachten dan in de provincie Alicante. Het Santuario de Santa María Magdalena heeft ronde vormen, kleurrijke tegels en een opvallende toren die sterk doet denken aan de stijl van Gaudí.
De kerk werd begin twintigste eeuw gebouwd en ligt op een heuvel net buiten de stad. Daardoor heb je vanaf het terrein rondom het gebouw ook mooi uitzicht over het landschap van de Vinalopó-vallei. Binnen valt vooral het bijzondere interieur op, met een altaar dat volledig uit marmer bestaat. Het is een korte stop, maar wel een die veel reizigers niet verwachten tijdens een reis door de Costa Blanca.
#11 Desierto de Abanilla
Het landschap rond Abanilla voelt bijna buitenaards. Hier ligt een uitgestrekt gebied van droge heuvels, diepe ravijnen en golvende kleiformaties die door wind en water zijn uitgesleten. Door de lichte kleuren van het gesteente en de grillige vormen lijkt het soms alsof je door een miniatuurwoestijn rijdt.
Het gebied staat ook wel bekend als de badlands van Abanilla. Vooral langs de A-21 vind je spectaculaire uitzichtpunten waar het landschap zich in alle richtingen uitstrekt. De combinatie van droge heuvels, scherpe erosieranden en golvende vormen maakt het landschap verrassend fotogeniek. Voor de beste uitzichten raden we je aan om bij deze parkeerplaats te stoppen en vanaf daar het pad richting het noorden een stuk te lopen.
Hoewel het gebied relatief onbekend is, kun je hier prachtig wandelen of gewoon rondrijden om dit prachtige landschap te ontdekken. Extra leuk detail: maak een grappige foto bij het Route 66-teken op de weg ten noorden van het woestijnlandschap.

#12 De watervallen van Fonts de l’Algar
Tussen de bergen achter Benidorm ligt een groene vallei waar het water van de Algar-rivier in verschillende watervallen naar beneden stroomt. De Fonts de l’Algar vormen een van de mooiste natuurplekken van de Costa Blanca en voelen verrassend fris in vergelijking met de droge kust.
Langs de rivier loopt een wandelpad dat je langs meerdere watervallen en natuurlijke zwemplekken brengt. Het water is helder en koel, waardoor het op warme dagen een heerlijke plek is om even af te koelen. Op verschillende plekken kun je zelfs zwemmen in natuurlijke baden tussen de rotsen.
De omgeving is bovendien veel groener dan je misschien verwacht in deze regio. Palmbomen, vijgenbomen en andere mediterrane planten zorgen voor een bijna tropische sfeer.
#13 Voltereta Tanzania
Midden in Alicante ligt een restaurant dat voelt alsof je even naar een ander continent reist. Bij Voltereta Tanzania stap je namelijk een compleet andere wereld binnen. Het themarestaurant is volledig ingericht in Afrikaanse safari-stijl, met warme kleuren, houten details en een sfeer die doet denken aan een lodge ergens op de savanne.
Nog voordat je gaat zitten, begint de ervaring al. Je loopt door verschillende ruimtes die allemaal een ander stukje van het verhaal vertellen, waardoor het bijna voelt alsof je door een decor van een film wandelt. Het is overduidelijk dat hier veel aandacht is besteed aan de beleving. Daardoor is het ook behoorlijk populair en is reserveren een aanrader.
#14 Playa de la Granadella
Aan de kust bij Jávea ligt een van de mooiste baaien van de Costa Blanca. Playa de la Granadella is een kleine kiezelbaai die wordt omringd door hoge rotsen en dennenbossen. Het water heeft hier een heldere turquoise kleur, waardoor het een van de populairste plekken in de regio is om te snorkelen.
De baai ligt verscholen tussen de kliffen en voelt daardoor veel intiemer dan de lange stranden op andere plekken aan de Costa Blanca. Vanaf de heuvels rondom het strand heb je bovendien prachtige uitzichtpunten over de baai en de Middellandse Zee.
Omdat het strand relatief klein is, kan het in de zomer snel druk worden. Kom daarom het liefst vroeg in de ochtend of later in de middag. Dan is de sfeer rustiger en kun je optimaal genieten van deze bijzondere plek.
#15 Cala del Moraig
Cala del Moraig is een van de meest spectaculaire baaien van de Costa Blanca. Het strand ligt verscholen onder hoge kalkstenen kliffen bij het dorp Benitachell en staat bekend om zijn helderblauwe water en ruige omgeving. Vanaf de parkeerplaats heb je al een prachtig uitzicht, maar het mooiste zie je pas wanneer je na een flinke afdaling beneden bij de baai staat.
Het kiezelstrand wordt omringd door indrukwekkende rotsformaties en steile wanden die bijna loodrecht uit zee omhoog rijzen. Daardoor voelt het strand veel wilder en dramatischer dan veel andere stranden in de regio.
In de kliffen naast het strand ligt ook de Cova dels Arcs, een natuurlijke rotsboog waar zeewater doorheen stroomt. Het is een van de mooiste plekken van de Costa Blanca voor fotografie, snorkelen en korte kustwandelingen.

#16 Barranc de l’Infern
De Barranc de l’Infern staat bekend als een van de meest indrukwekkende wandelroutes van de provincie Alicante. Dat is niet in de laatste plaats omdat het de meest pittige hike in de regio is. Deze diepe kloof ligt in de Vall de Laguar en wordt ook wel de “kathedraal van het wandelen” genoemd. De route staat vooral bekend om de duizenden stenen traptreden die eeuwen geleden werden aangelegd door boeren en herders.
Tijdens de wandeling steek je verschillende ravijnen over via oude paden en terrassen die tegen de berghellingen zijn gebouwd. Het landschap is ruig, stil en verrassend groen, met uitzicht op diepe kloven en bergtoppen in de verte.
De volledige route staat bekend als de PR-CV 147 en telt meer dan zesduizend traptreden. Dat maakt het een ontzettend pittige, maar ook heel mooie wandeling. Voor veel wandelaars is dit een van de meest memorabele hikes van de hele Costa Blanca.
#17 Cova Tallada
Tussen Dénia en Jávea ligt een van de meest bijzondere plekken van de Costa Blanca: de Cova Tallada. Deze enorme grot ligt direct aan zee en werd eeuwen geleden gebruikt als steengroeve. Het resultaat is een indrukwekkend labyrint van uitgehakte ruimtes, bogen en tunnels die half in de rotswand en half boven het water liggen.
De grot bereik je via een wandeling langs de kliffen van het Montgó Natural Park. Het pad slingert langs de kust en biedt onderweg prachtige uitzichten over de Middellandse Zee. De laatste meters gaan over rotsen langs het water, wat het avontuur nog leuker maakt. Eenmaal binnen valt op hoe groot de grot is. Door de openingen in het plafond valt zonlicht naar binnen, waardoor het water helder turquoise kleurt.
Vergeet in het hoogseizoen niet om ruim vooraf vooraf te registeren/reserveren via de officiële website, want je riskeert anders een flinke boete. Sinds 2022 is een reserveringssysteem ingevoerd om dit natuurwonder te beschermen tegen te grote drukte. De toegang zelf is gratis gebleven. Op de website zelf zie je in welke maanden een registratie verplicht is.

#18 Forat de Bernia
Een van de spectaculairste wandelingen van de Costa Blanca vind je in de bergen van de Sierra de Bernia. De hike naar de Forat de Bernia voert over een bergpad langs ruige rotswanden en uitzichtpunten waar je zowel de Middellandse Zee als het binnenland kunt zien. Maar het echte hoogtepunt komt halverwege de wandeling.
Daar bereik je namelijk een natuurlijke tunnel die dwars door de berg loopt. Je kruipt hier letterlijk door een smalle opening in de rots en kijkt aan de andere kant ineens uit op een compleet ander landschap. Het uitzicht over de kustlijn is hier indrukwekkend en voelt als een verborgen balkon boven de zee.