Op Sardinië wil je het liefst elke paar dagen je koffers pakken. Achter de ene bocht wacht een baai met bijna Caribisch blauw water, even verderop liggen kleurrijke vissersdorpjes, ruige kliffen en enorme zandduinen. Maar waar kun je dan het beste verblijven? Wij trokken ruim drie weken met onze kinderen van Cagliari in het zuiden naar Santa Teresa Gallura in het noorden en ontdekten hoe verschillend de delen van het eiland zijn.
Onderweg speelden we in zandduinen die tot de grootste van Europa behoren, trotseerden we de steile straatjes van Castelsardo zonder kinderwagen en namen we op Sant’Antioco onbedoeld een paar verstekelingen mee. Onze zoon had daar de mooiste schelpjes verzameld. Pas toen het later in de kast begon te ritselen, ontdekten we dat er nog kleine krabbetjes in woonden. Ik schrok me wild!
Na drie weken rondreizen hadden we een duidelijke favoriet. In deze blog vertellen we waarom we zelf voor het noordoosten zouden kiezen, welke andere delen van Sardinië de moeite waard zijn en waar je de leukste hotels en bijzondere slaapplekken vindt.
Waar te verblijven op Sardinië in één oogopslag
Snel kiezen? Hier zie je per type reiziger het beste gebied, met het hotel dat ons daar het meest aanspreekt.
- Beste voor een eerste keer en veel variatie: het noordoosten (onze favoriet: Hotel Da Cecco)
- Beste voor witte stranden en zwemmen met kinderen: het zuiden rond Chia en Villasimius (onze favoriet: Hotel Aquadulci)
- Beste voor stad en strand in één: Alghero (onze favoriet: Villa Las Tronas Hotel & SPA)
- Beste voor rust, duinen en lagunes: de westkust (onze favoriet: Hotel Villa Canu)
- Beste voor wandelaars en baaien per boot: de oostkust (onze favoriet: Hotel Nettuno)
- Beste voor een stedentrip met zee: Cagliari (onze favoriet: Albergo Diffuso Birkin Castello)

Kun je beter in het noorden of het zuiden van Sardinië verblijven?
Allebei, als je de tijd hebt. Wil je in één week zoveel mogelijk zien, dan zouden wij voor het noordoosten kiezen. Binnen een uur rijden vanuit Santa Teresa Gallura, San Teodoro of Olbia liggen de eilanden van La Maddalena, de baaien van de Costa Smeralda, het kustpad van Costa Paradiso en de lange zandstranden rond San Teodoro. De luchthaven van Olbia ligt om de hoek en ook veel veerboten vanaf het Italiaanse vasteland komen hier aan.
Het zuiden vonden wij minstens zo mooi. Rond Villasimius en Costa Rei liggen de witste stranden die we op het eiland zagen, en met Cagliari heb je een echte stad met terrassen, markten en een oude vestingwijk. Aan de zuidwestkust wachten de duinen van Piscinas en het eiland Sant’Antioco, waar we tussen de rotsen naar kwallen en krabbetjes zochten.
Zoek je vooral een ontspannen strandvakantie, dan is één helft van het eiland meer dan genoeg. Wil je Sardinië echt zien, splits je verblijf dan in tweeën. Van Cagliari naar Olbia ben je ruim drie uur onderweg, dus heen en weer rijden vanuit één basis wordt al snel vermoeiend. Wij kwamen met de boot uit Palermo aan in Cagliari en vertrokken vanuit Santa Teresa naar Corsica, en die route van zuid naar noord beviel ons prima.
→ Ontdek de 17 mooiste plekken van Noord-Sardinië
→ Ontdek de 15 mooiste plekken van Zuid-Sardinië

Heb je een huurauto nodig op Sardinië?
Ja, tenzij je de hele vakantie op één plek wilt blijven. De mooiste stranden liggen vaak buiten de dorpen, aan het eind van een smalle weg door de macchia. Ook de nuraghe, de bergdorpjes in het binnenland en de startpunten van wandelingen zoals die naar de Gorropu-kloof bereik je eigenlijk alleen met eigen vervoer. Er rijden wel bussen tussen de grote plaatsen, maar voor uitstapjes zijn ze weinig handig.
Ga je zonder auto, kies dan Cagliari, Alghero of het centrum van een badplaats zoals Santa Teresa Gallura of Villasimius, waar strand en restaurants op loopafstand liggen. In Stintino brengt Park Hotel Asinara je met een eigen shuttle naar het strand van La Pelosa.
Een huurauto haal je het makkelijkst op bij de luchthaven van Cagliari, Olbia of Alghero. Wij raden daarvoor Sunny Cars aan: verzekeringen, schadeafkoop en lokale kosten zitten al in de prijs, dus aan de balie wacht je geen verrassing. Wil je naar de duinen van Piscinas, check dan even of je verhuurder onverharde wegen toestaat, want de laatste kilometers zijn hobbelig.
→ Bekijk huurauto’s op Sardinië bij Sunny Cars

De 5 leukste gebieden om te verblijven op Sardinië
#1 Zuid-Sardinië: Cagliari, Chia en Villasimius
Sardinië begon voor ons in Cagliari, waar de boot uit Palermo aanlegde. We liepen meteen de heuvel op naar Castello, de oude vestingwijk, bekeken de kerken en daalden af in de crypte onder de kathedraal. Als uitvalsbasis is de hoofdstad fijn voor wie ook van terrassen, markten en musea houdt, met het stadsstrand Poetto op een korte rit.
Wil je vooral aan zee zijn, kies dan de kust ten oosten of westen van de stad. Rond Villasimius en Costa Rei vonden we hagelwitte stranden met water in alle tinten blauw. Bij Costa Rei was het warm genoeg voor een duik, al vond onze zoon het water veel te koud. Chia en Pula in het zuidwesten zijn wat rustiger, met duinen, een lagune met flamingo’s en een paar van de mooiste baaien van het eiland.
#1 Albergo Diffuso Birkin Castello verspreidt zijn kamers over een paar historische panden in Castello, op een steenworp van de kathedraal. Je slaapt dus midden in de oude wijk, met de uitzichtpunten van de Bastione di Saint Remy om de hoek.
#2 Palazzo Doglio is een luxe hotel in een gerestaureerd palazzo, met een buitenzwembad om na een dag in de stad af te koelen. Naar het stadsstrand Poetto rijd je in tien minuten.
#3 Hotel Aquadulci ligt rustig aan de kust van Chia, op vijfhonderd meter van het strand van Su Giudeu. In de tuin met palmbomen ligt een zwembad, dus kinderen kunnen tussen strand en bad heen en weer zonder dat je in de auto hoeft.
#4 Boutique Hotel Su Sergenti is een klein hotel in Villasimius, met kamers in koloniale stijl vol hout en rotan en een klein zwembad op het zonneterras. Het centrum ligt op vijf minuten lopen, naar de stranden van Simius is het nog geen twee kilometer.
#5 Le Anfore Hotel is een fijne keuze voor gezinnen, met familiekamers, een mooie tuin met zwembad en een restaurant met veranda. De stranden van Villasimius liggen op twee kilometer, dus een auto is wel handig.



#2 Noordoost-Sardinië: Costa Smeralda, San Teodoro en Santa Teresa Gallura
Het noordoosten is wat ons betreft de beste basis voor een eerste keer Sardinië. Binnen een uur rijden liggen hier de granieten baaien van de Costa Smeralda, de eilanden van La Maddalena en het kustpad van Costa Paradiso. Dat laatste was een tip van een vriend van Sebastiaan, wiens zus op Sardinië woont, en we picknickten er in een baai die we bijna voor onszelf hadden.
Met de camper namen we de veerboot naar La Maddalena, waar we over het eiland Caprera fietsten en door de ruïne van een oud fort klauterden. De Costa Smeralda zelf is het domein van jachten, golfbanen en dure hotels, en buiten het seizoen is daar vrijwel alles dicht. Voor een gezellig dorp aan zee kies je beter Santa Teresa Gallura, met het strand van Rena Bianca op loopafstand, of San Teodoro, waar de brede zandstranden van La Cinta en Cala Brandinchi vlak bij het dorp liggen. Vanuit Santa Teresa vaart de veerboot in een uur naar Corsica.
#1 Hotel Da Cecco is een familiehotel in het centrum van Santa Teresa Gallura, met familiekamers met balkon en een zonneterras. Naar het strand van Rena Bianca loop je in vijf minuten.
#2 Hotel Corallaro ligt in het oude centrum van Santa Teresa, op tweehonderd meter van Rena Bianca. Er is een buitenzwembad en een zonneterras met zeezicht, en de meeste kamers zijn onlangs opgeknapt in een frisse, maritieme stijl.
#3 Hotel Stella Marina is een betaalbaar en hoog gewaardeerd hotel op drie minuten lopen van het centrum van San Teodoro. De kamers zijn eenvoudig ingericht met houten meubels, en naar het strand van La Cinta rijd je in vijf minuten.
#4 Hotel Bonsai ligt in het groen aan de rand van San Teodoro, op tien minuten lopen van zee. De kamers zijn ingericht met handgemaakte Sardijnse meubels en er is een wellness voor de minder zonnige dagen.
#5 Hotel Cala di Volpe is het beroemdste hotel van de Costa Smeralda, gebouwd als een Sardijns vissersdorp aan een eigen baai. Peperduur, maar wil je één keer echt uitpakken, dan is dit de plek.



#3 Noordwest-Sardinië: Alghero, Castelsardo en Stintino
Alghero vonden we een van de leukste stadjes van Sardinië. Je loopt er in een rondje over de oude zeeweringen, langs torens, kanonnen en katapulten waar onze dochter niet over uitgepraat raakte, terwijl onze zoon er het liefst bovenop klom. In de straatjes van de oude stad vind je genoeg terrasjes, de stranden liggen aan de rand van de stad en de luchthaven op twintig minuten rijden.
Ten noorden van Alghero ligt Stintino, met het beroemde strand van La Pelosa. Wij liepen er langs de zoutmeren vol flamingo’s en vonden een strand van ronde, witte kiezels. Castelsardo is een kasteelstadje op een rots boven zee, met straatjes zo steil dat we de kinderwagen in de camper lieten. Even verderop badderden we twee keer in de warmwaterbronnen van Casteldoria. De boottocht naar de Neptunusgrot bij Capo Caccia hangt van het weer af: onze tickets werden geannuleerd door de ruwe zee, dus plan hem niet op je laatste dag.
#1 Villa Las Tronas Hotel & SPA is een voormalig koninklijk buitenverblijf op een rots aan de baai van Alghero. Vanaf het zwembad kijk je uit over de golf, en naar het centrum wandel je in tien minuten.
#2 Hotel Catalunya ligt tegenover de jachthaven, op vijf minuten lopen van de oude stad. De kamers zijn ruim en modern, en de familiekamers hebben naast het tweepersoonsbed twee futonbedden voor de kinderen.
#3 Hotel Angedras is een betaalbaar hotel in een rustige woonwijk, met verzorgde, lichte kamers en duizenden lovende reviews. Naar de oude stad loop je ongeveer een kwartier.
#4 Park Hotel Asinara ligt tussen tuinen aan de rand van Stintino, met kamers in Sardijnse stijl. Het grote voordeel is de gratis shuttle naar La Pelosa, want parkeren bij dat strand is in de zomer een uitdaging.
#5 Hotel & SPA Riviera Castelsardo ligt op een paar meter van zee, met een spa en panoramaterrassen. Op heldere dagen kijk je vanaf hier zelfs tot Corsica.



#4 West-Sardinië: Bosa en het Sinis-schiereiland
De westkust is het stilste deel van Sardinië, en daarmee een fijne plek voor wie rust zoekt. Bosa is het fotogenieke middelpunt: kleurige huisjes tegen een heuvel, een kasteel erboven en een rivier die door het stadje stroomt. Op zaterdag waren de pleinen en straatjes gezellig vol. De kustweg van Bosa naar Alghero is een van de mooiste routes van het eiland.
Iets zuidelijker ligt het Sinis-schiereiland bij Cabras, met duinen, lagunes en stranden van witte kwartskorrels zoals Is Arutas. Bij Cabras stonden we op een prachtig plekje in de duinen, direct aan een wit strand. Oristano zelf vonden we een aardig stadje, maar ons trok vooral de natuur eromheen. Landinwaarts liggen de warmwaterbronnen van Fordongianus, waar heet water een koude rivier in stroomt en je even moet zoeken naar de perfecte temperatuur.
#1 Corte Fiorita Albergo Diffuso heeft kamers in twee historische panden in Bosa, waarvan één aan de oever van de Temo. Je slaapt midden in het oude centrum, met uitzicht op de rivier of over de daken.
#2 Aquae Sinis Albergo Diffuso verspreidt zijn kamers over vier oude dorpshuizen in het centrum van Cabras, met balkenplafonds en een zwembad in de tuin van een van de gebouwen. Voor gezinnen zijn er junior suites voor vier personen.
#3 Hotel Villa Canu is een historisch landhuis aan de rand van de lagune van Cabras, met een binnentuin en een zwembad in de zomer. Veel kamers komen direct uit op de tuin, en de stranden van Sinis liggen op een korte rit.
#4 Hotel Raffael PHG ligt tussen zee en heuvels bij Putzu Idu, op loopafstand van het strand. Met de tuin, het zwembad en de lichte, ruime kamers is het een rustige basis voor een week strand.



#5 Oost-Sardinië: Cala Gonone en Orosei
De oostkust is voor wandelaars en liefhebbers van ruige natuur. De bergen van de Supramonte lopen hier steil af naar de Golf van Orosei, met baaien zoals Cala Luna en Cala Goloritzé die je alleen per boot of te voet bereikt. Sebastiaan liep vanaf Urzulei naar de Gorropu-kloof, een van de diepste kloven van Europa: vijfhonderd meter afdalen en dezelfde weg weer omhoog. Beneden bleek hij een ticket nodig te hebben en geen contant geld bij zich te hebben, maar gelukkig kon hij mobiel betalen.
Cala Gonone is het gezellige badplaatsje aan de voet van de bergen, met een haven waar de boten naar de baaien vertrekken. Bij Dorgali bezocht ik in mijn eentje een van de grotten, en bij Siniscola vonden we duinen en een lagune met flamingo’s. Orosei ligt iets noordelijker en heeft een mooie oude kern, maar de lange stranden liggen een paar kilometer buiten het stadje, dus daar heb je een auto nodig.
#1 Hotel Nettuno is een familiehotel op tweehonderd meter van zee, met een zwembad en kamers voor vier met een stapelbed. Ideaal als je stranddagen wilt afwisselen met een boottocht vanuit de haven om de hoek.
#2 BUE MARINO Hotel & Rooftop Bar ligt aan de boulevard, met het strand aan de overkant van de straat. Vanaf het dakterras met bubbelbad kijk je uit over de hele Golf van Orosei.
#3 Hotel Anticos Palathos zit in een oud palazzo aan het centrale plein van Orosei. De kamers en suites zijn ruim, met traditionele tegelvloeren en mooie plafonds.
#4 Albergo Diffuso Mannois bestaat uit een paar oude huizen van natuursteen in het centrum van Orosei. De kamers zijn traditioneel Sardijns ingericht en je loopt zo de straatjes van het dorp in.



Hotel, agriturismo of appartement op Sardinië?
De meeste hotels op Sardinië zijn kleinschalig en familiegerund, en veel zijn alleen open van het voorjaar tot de herfst. Daarnaast zie je overal het woord albergo diffuso: een hotel waarvan de kamers verspreid liggen over oude huizen in een dorp of stadje, zoals in Bosa, Cabras en Orosei. Je slaapt dan tussen de bewoners in plaats van in een hotelgebouw.
Wil je het platteland echt proeven, kies dan een agriturismo. Dat is een boerderij die kamers verhuurt en vaak kookt met eigen producten, van kaas en olijfolie tot wijn. Je zit wel meestal buiten de dorpen, dus een auto is onmisbaar. Agriturismo Dolceluna Le Capanne bij Muravera, vlak bij Costa Rei, heeft vakantiehuisjes met zeezicht en een van de hoogste scores van het eiland. Agriturismo Fioredda in het noorden is vooral iets voor stellen, want kinderen zijn er pas vanaf twaalf jaar welkom.
Met kinderen in juli en augustus is een appartement of vakantiehuis met keuken handig, zeker rond Villasimius, San Teodoro en Stintino. Je kunt dan zelf koken als het voor de restaurants nog te vroeg is, want op Sardinië eet je zelden voor acht uur.

Wat is de beste reistijd voor Sardinië?
Juni en september zijn wat ons betreft de fijnste maanden. De zee is dan heerlijk om in te zwemmen, hotels en strandtentjes zijn open en de stranden zijn nog niet overvol. Mei is iets frisser, maar de natuur staat dan in bloei. In juli en augustus is het heet, druk en duur, en moet je ver vooruit boeken, zeker aan de Costa Smeralda en rond La Maddalena.
Wij waren er buiten het hoogseizoen en hadden de stranden en kustwegen vaak helemaal voor onszelf. Dat heeft wel een keerzijde: in een badplaats als Porto Cervo is dan bijna alles dicht, en ook veel hotels sluiten in de winter. In Cagliari en Alghero merk je daar weinig van.
→ Ontdek de 14 mooiste stranden van Sardinië
Meer tips voor je reis naar Sardinië