Frankrijk

Weekendje weg Frankrijk: 10 bestemmingen voor een mini-vakantie

Frankrijk is wat ons betreft een van de fijnste landen voor een lange vakantie, maar je hoeft echt niet meteen twee weken vrij te nemen. Ook voor een paar dagen is er genoeg te ontdekken. Stap in de auto en een paar uur later zit je met een glas champagne tussen de wijngaarden, wandel je door een middeleeuws stadje of kijk je uit over de bergen van de Vogezen. Voor een weekendje weg in Frankrijk hoef je dus helemaal niet richting de Provence of Côte d’Azur te rijden.

Voor deze blog zochten we tien bestemmingen uit die vanuit Nederland goed met de auto te bereiken zijn en waar genoeg te doen is voor twee, drie of vier dagen. We combineren bekende steden als Lille en Straatsburg met de wijndorpen van de Elzas, de natuur van de Vogezen en de kust van Normandië. Ook nemen we een aantal kleine Franse steden mee uit een onderzoek van Holidu naar populaire bestemmingen op rijafstand van Nederland. Zo vind je hier genoeg inspiratie voor een spontaan weekend over de grens, maar ook voor een iets langere mini-vakantie in Frankrijk.

Colmar La Petit Venise

#1 Champagne: Reims & Épernay

Champagne drinken in de Champagne, beter wordt een weekendje Frankrijk bijna niet. Reims en Épernay liggen midden in de beroemde wijnstreek en zijn samen perfect voor twee of drie dagen. Begin bijvoorbeeld in Reims, waar je behalve champagnehuizen ook de enorme gotische kathedraal wilt zien. Eeuwenlang werden hier de Franse koningen gekroond.

Daarna door naar Épernay, waar alles om bubbels draait. Langs de Avenue de Champagne zitten beroemde champagnehuizen als Moët & Chandon en Perrier-Jouët. Het leukste zit alleen grotendeels onder je voeten: onder de stad lopen kilometerslange kelders vol flessen champagne. Boek bij een van de huizen een rondleiding door de kelders met natuurlijk een proeverij erachteraan.

Trek ook zeker tijd uit voor het gebied buiten de steden. Volg een stuk van de Route Touristique du Champagne en je rijdt tussen eindeloze wijnranken, kleine dorpen en lokale champagneboeren. Stop bijvoorbeeld in Hautvillers, hoog tussen de wijngaarden boven Épernay. Zo krijg je in één weekend een leuke mix van stad, roadtrip, wijnlandschap en heel veel champagne.

#2 Verdun

Bij Verdun draait een weekendje weg om iets heel anders. De stad werd het toneel van een van de zwaarste veldslagen van de Eerste Wereldoorlog en vooral buiten Verdun komt die geschiedenis heel dichtbij. Tussen de bossen liggen forten, monumenten, begraafplaatsen en complete dorpen die tijdens de gevechten van de kaart verdwenen.

Ga eerst onder de grond in de Citadelle Souterraine van Verdun en trek daarna minstens een halve dag, maar liever een hele, uit voor het voormalige slagveld. Fort Douaumont en Fort de Vaux zijn twee van de bekendste plekken. Vlakbij staat het Ossuarium van Douaumont, met de resten van meer dan 100.000 niet-geïdentificeerde Franse en Duitse soldaten.

Misschien nog indrukwekkender zijn de verdwenen dorpen rondom Verdun. Ze werden in de oorlog volledig verwoest en daarna nooit meer opgebouwd. Het bos heeft het gebied inmiddels teruggenomen, maar bordjes laten zien waar ooit huizen, boerderijen en een school stonden. Op sommige plekken zijn de kraters van de beschietingen nog altijd in het landschap te herkennen.

Verdun is dus geen bestemming waar je voor een knus typisch Frans stadsgevoel naartoe rijdt. De unieke combinatie van de stad en het enorme historische landschap eromheen maakt het een fijne mini-vakantie. En vanuit Nederland hoef je daarvoor helemaal niet diep Frankrijk in.

#3 Elzas: Colmar & de wijndorpen

Als je bij Frankrijk meteen denkt aan vakwerkhuizen, luiken voor de ramen en terrasjes op kleine pleinen, dan zit je in de Elzas goed. De Elzas kennen we zelf van meerdere reizen door de regio, want we blijven hier maar terugkomen. Colmar is de bekendste uitvalsbasis en met zijn kleurrijke oude centrum ook meteen een van de mooiste steden in de regio. Wandel langs de grachten van Petite Venise, duik de straatjes rond de oude markthal in en schuif daarna aan voor tarte flambée met een glas lokale wijn.

Maar voor alleen Colmar zouden wij niet helemaal naar de Elzas rijden. Het zijn de sprookjesachtige wijndorpen rondom de stad die deze bestemming zo leuk maken. Riquewihr, Kaysersberg en Eguisheim liggen tussen de wijngaarden en zijn ontzettend schilderachtig, met stadspoorten, fonteinen en rijen kleurrijke vakwerkhuizen. Persoonlijk vonden wij Eguisheim het meest sprookjesachtig en een absolute must-visit.

De dorpen zijn met elkaar verbonden door de Route des Vins d’Alsace, dus maak er vooral een kleine roadtrip van. Onderweg kun je stoppen bij wijnhuizen voor riesling, pinot gris of gewürztraminer en tussendoor een kasteel of uitzichtpunt meepakken. Met Colmar als basis kun je iedere dag een andere kant op. En heb je iets meer tijd? Dan liggen de Vogezen praktisch naast de deur.

→ Meer Elzas? Lees onze tips voor de 10 mooiste dorpen van de Elzas

Eguisheim

#4 De Vogezen

Na alle champagne, wijn en Franse stadjes is het tijd voor bergen. De Vogezen liggen direct naast de Elzas en zijn vanuit Nederland een van de makkelijkste plekken om voor een paar dagen echt de natuur in te duiken. Verwacht geen Alpen met messcherpe bergtoppen, maar groene bergen, bossen, bergmeren en wandelpaden waar je in een weekend al verrassend veel van kunt zien.

Een fijne uitvalsbasis is Gérardmer, aan het gelijknamige meer. Vanaf hier zit je zo bij wandelroutes door de bergen en bij andere meren zoals Lac de Longemer en Lac de Retournemer. Wil je vooral mooie uitzichten zonder veel te wandelen, rijd dan de Route des Crêtes. Deze bergweg volgt voor een groot deel de kam van de Vogezen en brengt je langs uitzichtpunten en verschillende startpunten voor korte wandelingen.

Zet ook de Hohneck op je lijst. Met 1.363 meter is dit een van de hoogste toppen van de Vogezen en je hoeft er geen serieuze bergbeklimming voor te ondernemen. Vanaf de hoger gelegen parkeerplaatsen kun je relatief makkelijk naar de top wandelen. Bij helder weer kijk je hier kilometers over de Vogezen en richting de Elzas.

#5 Fontainebleau

Voor een Frans kasteel hoef je niet meteen naar de Loire. In Fontainebleau staat een van de indrukwekkendste kastelen van Frankrijk, op een kleine 70 kilometer ten zuiden van Parijs. Het Château de Fontainebleau was eeuwenlang een favoriete residentie van Franse koningen en keizers. Binnen wandel je door prachtig versierde zalen en appartementen, buiten wachten formele tuinen, vijvers en een enorm park.

Maar Fontainebleau is minstens zo leuk vanwege wat er om de stad heen ligt. Het Forêt de Fontainebleau is gigantisch en totaal anders dan je misschien bij een weekendje rondom Parijs verwacht. Tussen de bossen liggen enorme rotsblokken, zandpaden en honderden kilometers aan wandelroutes. Het gebied is wereldberoemd onder boulderaars, maar ook zonder klimschoenen kun je hier heerlijk wandelen en over de rotsen klauteren.

Daarmee is Fontainebleau een fijne bestemming als je niet kunt kiezen tussen een stedentrip en een weekend in de natuur. Bezoek de ene dag het kasteel en het oude centrum en trek de volgende dag je wandelschoenen aan voor het bos. Parijs ligt dichtbij, maar voelt hier toch heel ver weg.

#6 Provins

In Provins stap je niet een mooi historisch straatje in, maar zo ongeveer een complete middeleeuwse stad. De oude bovenstad staat op de UNESCO-Werelderfgoedlijst en wordt nog altijd omringd door een lange stadsmuur met imposante poorten en torens. Provins werd in de middeleeuwen rijk dankzij de grote jaarmarkten die handelaren uit heel Europa naar de stad trokken. Vooral als je over de oude vestingwerken loopt, is het niet moeilijk om je voor te stellen hoe belangrijk deze plek ooit was.

Begin op Place du Châtel en wandel vanaf daar naar de Tour César, de karakteristieke toren die boven Provins uitsteekt. Ook leuk zijn de ondergrondse gangen onder de stad. Een deel daarvan kun je tijdens een rondleiding bezoeken.

Je hebt het historische centrum in een dag behoorlijk goed gezien. Daarom werkt Provins zo goed voor een korte mini-vakantie. Neem de tijd voor de stadsmuren, terrasjes en kleine straatjes en combineer Provins eventueel met een andere plek in de regio. In de zomer zijn er bovendien regelmatig middeleeuwse shows en evenementen, waardoor ridders, paarden en roofvogels het toch al behoorlijk middeleeuwse decor compleet maken.

#7 Honfleur

Met zijn oude haven vol zeilbootjes, smalle huizen en terrassen aan het water is Honfleur precies het soort plek waar je voor een Frans weekendje weg op hoopt. De Vieux Bassin vormt het hart van het stadje en wordt omringd door opvallend hoge, smalle huizen. Vanaf hier dwaal je zo de oude straatjes in, langs galeries, vakwerkhuizen en winkels met Normandische lekkernijen.

Loop zeker even binnen bij de Église Sainte-Catherine. Deze bijzondere, houten kerk werd in de vijftiende eeuw grotendeels van hout gebouwd door lokale scheepsbouwers en doet vanbinnen een beetje denken aan een omgekeerde scheepsromp. Wandel daarna omhoog naar de Chapelle Notre-Dame-de-Grâce voor uitzicht over de monding van de Seine en de enorme Pont de Normandie.

En natuurlijk hoort eten bij een weekend Honfleur. Op de menukaarten staan volop vis en zeevruchten, maar dit is ook de streek van camembert, cider en calvados. Honfleur is klein genoeg om rustig te voet te ontdekken, dus je hoeft hier vooral niet te veel te plannen. Wij vonden Honfleur ondanks de drukte echt een van de charmantste plaatsen van Normandië. Haven, markt, goed eten en tussendoor lekker langs de kust: prima weekend.

Honfleur Le Vieux Basin

#8 Deauville & Trouville-sur-Mer

Deauville en Trouville-sur-Mer liggen pal naast elkaar, met alleen de rivier de Touques ertussen. Toch voelen de twee badplaatsen behoorlijk anders. Deauville is de chique van het stel, met statige villa’s, luxe hotels, paardenraces en een breed zandstrand. Langs het strand loopt Les Planches, de beroemde houten promenade met strandcabines die de namen van filmsterren dragen. Zelf vonden wij vooral de enorme oude villa’s van Deauville opvallend.

Steek de rivier over en je staat in Trouville, dat een stuk losser en levendiger aanvoelt. Wandel langs de vissershaven, haal iets lekkers bij de vismarkt en strijk daarna neer op het brede strand. Ook perfect: omdat je beide plaatsen makkelijk te voet met elkaar combineert, hoef je helemaal niet te kiezen.

Maak ook tijd om gewoon wat rond te rijden langs de Côte Fleurie. Honfleur ligt niet ver weg en langs de kust vind je meer badplaatsen, stranden en typisch Normandische vakwerkhuizen.

→ Meer Normandië? Bekijk onze 12 favoriete bezienswaardigheden in Normandië

Deauville

#9 Lille

Voor een echt makkelijke Franse mini-vakantie is Lille bijna niet te verslaan. Vanuit Nederland rijd je er in een paar uur naartoe en eenmaal aangekomen voelt het meteen behoorlijk Frans. Het mooiste deel is Vieux-Lille, een wirwar van straatjes met kleurrijke gevels, oude herenhuizen, kleine winkels en vooral heel veel plekken om iets lekkers te halen.

Begin op de Grand Place en loop vanaf daar zonder al te veel plan de oude stad in. Neem ook een kijkje in de Vieille Bourse, de prachtige oude beurs die bestaat uit 24 huizen rond een binnenplaats. Voor kunst is er het Palais des Beaux-Arts, een van de grootste kunstmusea van Frankrijk buiten Parijs. En wil je even weg uit de stad, wandel dan naar de enorme citadel en het groene park eromheen.

Lille is bovendien een goede bestemming als eten minstens zo belangrijk is als sightseeing. Je zit hier in Frans-Vlaanderen, dus hier krijg je geen Franse mediterrane keuken, maar stevige streekgerechten, wafels, lokale bieren en natuurlijk volop patisserie. Bestel bijvoorbeeld een welsh, brood met ham en een flinke laag gesmolten cheddar in biersaus. Niet bepaald subtiel, wel lekker na een dag door Lille struinen.

#10 Straatsburg

We eindigen helemaal in het oosten van Frankrijk met Straatsburg, waar Franse en Duitse invloeden voortdurend door elkaar lopen. Het historische centrum ligt op het eiland Grande Île en staat op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. De enorme kathedraal zie je al van ver boven de stad uitsteken, maar minstens zo leuk is het om zonder plan door de straten eromheen te wandelen.

Het mooiste stukje is Petite France, met vakwerkhuizen, grachten en oude bruggen. Wandel ook over de Ponts Couverts en naar de Barrage Vauban, waar je vanaf het panoramaterras over Petite France uitkijkt. Daarna is het tijd voor een winstub, een traditionele Elzasser eetgelegenheid. Bestel een flammekueche, choucroute of iets anders waar je na een dag lopen weer behoorlijk van opknapt.

Straatsburg is groot genoeg om er twee dagen mee te vullen, maar ligt ook ideaal voor uitstapjes. De Route des Vins d’Alsace begint praktisch om de hoek en binnen een uur sta je tussen de wijngaarden en vakwerkdorpen uit de Elzas. Heb je drie of vier dagen? Dan is de combinatie Straatsburg, Colmar en een paar dorpen langs de wijnroute een heerlijke mini-roadtrip.

Straatsburg Ponts Couverts

Dit artikel is geschreven in samenwerking met Holidu.