Duitsland

Wat te doen in Celle, een van de mooiste vakwerksteden van Duitsland

Celle is misschien niet de eerste Duitse stad die in je opkomt voor een stedentrip. Maar zodra je het historische centrum inloopt, snap je waarom deze stad zo een toeristische trekpleister is. Bijna 500 vakwerkhuizen staan hier zij aan zij. Sommige eeuwenoud en een tikje scheefgezakt, andere uitbundig versierd of in vrolijke kleuren geschilderd. En naast al die vakwerkpracht staat ook nog eens een prachtig, wit kasteel met een fascinerende geschiedenis.

Wij bezochten Celle tijdens een treinreis door Nedersaksen en ontdekten de verhalen achter die mooie gevels. Eeuwenlang woonden in dit vakwerkstadje de hertogen van Brunswijk-Lüneburg, de stad heeft een bijzondere connectie met het Britse koningshuis en in het kasteel vind je zelfs een prachtig baroktheater uit 1675. Tel daar bijzondere gevels, gezellige straatjes en de nogal eigenzinnige sprekende lantaarns bij op en Celle bleek een heel leuke eerste stop van onze reis.

In deze blog lees je wat te doen in Celle, welke bezienswaardigheden je niet wilt missen en onze persoonlijke tips voor je bezoek.

Waarom Celle zo bijzonder is

Achter al die mooie vakwerkgevels gaat een flinke dosis koninklijke geschiedenis schuil. Celle was eeuwenlang de residentie van de hertogen van Brunswijk-Lüneburg. Zij woonden in Schloss Celle, dat begon als middeleeuwse burcht en door de eeuwen heen uitgroeide tot het grote witte paleis dat nu midden in de stad staat.

Die hertogelijke familie uit Celle kreeg later zelfs een directe band met het Britse koningshuis. De dochter van de laatste hertog van Celle trouwde met haar neef George Lodewijk, die later door allerlei unieke familiewendingen in 1714 koning van Groot-Brittannië werd. Hun zoon werd de volgende Britse koning. Vanaf dat moment liep het bloed van de hertogen van Celle dus door de Britse koninklijke familie. Groot-Brittannië en Hannover, waaronder Celle, werden bovendien ruim een eeuw door dezelfde vorsten geregeerd. Pas toen koningin Victoria in 1837 de Britse troon besteeg, gingen de twee kronen weer ieder hun eigen weg.

Dat vorstelijke verleden is in Celle nog goed te zien. Direct naast de Altstadt staat het kasteel, compleet met een prachtig baroktheater uit 1675. De stad groeide ooit rondom dit kasteel en telt tegenwoordig bijna 500 historische vakwerkhuizen. Celle is er dan ook trots op het grootste aaneengesloten vakwerkensemble van Europa te hebben. Doordat de stad relatief ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog kwam, is een groot deel van die eeuwenoude binnenstad bewaard gebleven.

Kortom, je kunt er heerlijk door straatjes vol scheve, kleurrijke vakwerkhuizen dwalen, maar achter die mooie gevels zitten ook verhalen over hertogen, Britse koningen en eeuwenoude hofintriges.

Celle bezoeken tijdens een treinreis door Nedersaksen

Wij bezochten Celle tijdens een meerdaagse treinreis door Nedersaksen, waarbij we ook Goslar en Hameln aandeden. Een leuke combinatie, want hoewel de drie steden niet ver van elkaar liggen, zijn ze totaal verschillend. Celle draait om vakwerk en hertogen, Goslar om keizers en mijnbouw en in Hameln kom je natuurlijk overal de bekende Rattenvanger tegen.

Vanuit Nederland is de rechtstreekse trein van Utrecht naar Hannover handig. Vanaf Hannover ben je vervolgens in ongeveer drie kwartier in Celle. Reis je ook met de trein, dan raden we aan om je route rondom die rechtstreekse verbinding te plannen en meteen een zitplaats te reserveren. Wij deden dat laatste niet en merkten al snel dat een vrije stoel vinden voor de hele reis nog best een uitdaging kon zijn.

De trein is natuurlijk niet altijd de makkelijkste optie. Je hebt te maken met overstappen en de Deutsche Bahn bleek tijdens onze reis niet altijd even punctueel. Met de auto ben je flexibeler en kun je onderweg makkelijker andere plekken in Nedersaksen of de Harz meepakken. Toch vonden wij het duurzame en relaxte aspect van deze treinreis heel fijn. Bovendien liggen de stations van Celle, Goslar en Hameln gunstig genoeg om de steden zonder auto te ontdekken.

Tip: Wij sliepen in Hotel Celler Hof. Vanaf het station wandel je in ongeveer een kwartier naar de oude Altstadt en dit hotel ligt er middenin. Het kasteel ligt praktisch om de hoek en vanuit onze kamer keken we uit over het centrale plein en de historische vakwerkhuizen. Extra fijn: het museum met zijn leuke specialty coffee café ligt direct voor de deur.

Doen in Celle: 10 tips

#1 Dwaal langs de vakwerkhuizen van de Altstadt

In Celle hoef je eigenlijk maar één ding te doen om meteen enthousiast te worden: de Altstadt inlopen. Bijna 500 vakwerkhuizen staan hier dicht op elkaar, van statige koopmanshuizen tot smalle, scheefgezakte exemplaren in vrolijke kleuren. Samen vormen ze het grootste aaneengesloten vakwerkensemble van Europa.

Wij verkenden de binnenstad met een gids en dat maakte het rondkijken nog veel leuker. Want die gevels zijn niet alleen mooi. Kijk goed en je ziet gouden inscripties, houtsnijwerk, familiewapens en allerlei symbolen die iets vertellen over de mensen die hier ooit woonden. Aan de gevel en bouwstijl kun je zien of het pand authentiek of gerestaureerd is en specifieke symbolen vertellen uit welke eeuw het pand precies dateert.

Een leuke om op te zoeken is Am Heiligen Kreuz 26, het oudste gedateerde vakwerkhuis van Celle uit 1526. Maar volg vooral niet alleen een lijstje met bezienswaardigheden. Juist zonder plan door de kleine straatjes lopen vonden wij hier het leukst.

Tip: wil je ook van binnen zien hoe mensen vroeger in zo’n vakwerkhuis leefden? Loop dan even binnen bij het Bomann-Museum, tegenover het kasteel. Een deel van het museum is ingericht als historische woonhuizen, waardoor je een leuk inkijkje krijgt in het dagelijks leven van vroeger. Ook fijn: bij het museum hoort een café in de historische voormalige Löwenapotheke. Hier drink je goede specialty coffee in een eeuwenoud pand en bij mooi weer kun je in de kleine binnentuin zitten.

#2 Bezoek Schloss Celle

Midden naast al die eeuwenoude vakwerkhuizen ligt een groen park met een enorm wit kasteel. Schloss Celle was eeuwenlang het thuis van de hertogen van Brunswijk-Lüneburg en vormt eigenlijk het startpunt van de stad die eromheen groeide.

Het kasteel begon als middeleeuwse burcht, maar werd door de eeuwen heen steeds groter en chiquer. Vooral de laatste hertog van Celle, George Willem, en zijn Franse vrouw Éléonore d’Olbreuse drukten er in de zeventiende eeuw hun stempel op. Met Éléonore kwam ook een flinke dosis Franse hofcultuur naar Celle, met muziek, kunst en theater.

Wij gingen met een gids naar binnen en dat zouden we absoluut aanraden. De kamers zijn mooi, maar vooral de verhalen maken het leuk. Liefdesaffaires, familievetes, een verbannen koningin en uiteindelijk zelfs een directe link met het Britse koningshuis, de verhalen en intriges zijn fascinerend.

Tip: Zin in koffie met taart? Vlak bij Schloss Celle vind je Betty’s Café, waar wij na ons kasteelbezoek op het terras neerstreken. Je hebt er een ruime keuze aan huisgemaakte taarten en gebak, dus een fijne stop tijdens je wandeling door Celle.

#3 Kijk binnen in het baroktheater uit 1675

Onze favoriete plek in Schloss Celle was het Schlosstheater. Achter de muren van het kasteel blijkt namelijk een compleet baroktheater uit 1675 verstopt te zitten. Het werd gebouwd in de tijd van George Willem en zijn Franse vrouw Éléonore en behoort tot de oudste baroktheaters van Europa die nog altijd in gebruik zijn.

In die tijd leefden zo’n 300 hovelingen aan het hof in Celle en een eigen theater hoorde bij het vorstelijke leven. Er werden voorstellingen gegeven, maar de zaal werd ook gebruikt voor bals. Kijk vooral omhoog naar het beschilderde hout van het plafond en de loges. Die loges kwamen er overigens pas in de achttiende eeuw bij.

Het leukste is misschien dat dit geen museumzaal is die sinds de zeventiende eeuw onaangeroerd staat te verstoffen. Het Schlosstheater wordt nog altijd gebruikt voor voorstellingen. Wij zagen het tijdens onze rondleiding door het kasteel en zouden alleen hiervoor al aanraden om een gids te boeken. Zonder tour is deze ruimte namelijk niet zomaar toegankelijk.

#4 Duik in het bizarre verhaal van Caroline Mathilde

Schloss Celle kreeg in de achttiende eeuw een bijzondere koninklijke bewoner: Caroline Mathilde, een Britse prinses die op haar vijftiende werd uitgehuwelijkt aan de Deense koning Christian VII. Gelukkig hoefde ze niet meteen haar koffers te pakken, maar veel scheelde het niet. Op haar zestiende vertrok ze naar Denemarken voor een huwelijk dat bepaald geen sprookje werd.

Caroline Mathilde werd doodongelukkig aan het Deense hof en begon uiteindelijk een affaire met Johann Friedrich Struensee, de lijfarts van haar man. En dat was niet zomaar een geheime romance. Struensee kreeg ondertussen steeds meer politieke macht en bestuurde Denemarken een tijdlang praktisch namens de koning. Uit de affaire werd hoogstwaarschijnlijk een dochter geboren, die desondanks door de Deense koning werd erkend als prinses.

Dat kon natuurlijk niet goed blijven gaan. Struensee werd gearresteerd en geëxecuteerd, Caroline Mathilde verloor haar titel en werd in 1772 verbannen naar Celle. Haar twee kinderen moest ze achterlaten in Denemarken.

In Schloss Celle begon ze aan een nieuw leven en bracht ze weer muziek, theater en feesten naar het kasteel. Veel tijd kreeg ze niet. Slechts drie jaar later stierf ze hier, pas 23 jaar oud. Tijdens een rondleiding door het kasteel kom je haar verhaal op verschillende plekken tegen.

#5 Zoek het Hoppener Haus

Met bijna 500 vakwerkhuizen is het lastig kiezen welke de mooiste is, maar het Hoppener Haus is in ieder geval een goede kandidaat. Dit huis uit 1532 is werkelijk van onder tot boven versierd met houtsnijwerk.

Het zes verdiepingen hoge huis werd gebouwd voor hertogelijk ambtenaar Simon Hoppener. Kijk vooral goed naar de gevel, want tussen alle versieringen zitten gezichten, figuren, fantasiewezens en andere vreemde details verstopt. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet.

En als je toch voor het Hoppener Haus staat, kijk dan ook even naar rechts. Daar staat een rij kleurrijke lantaarns die nogal uit de toon valt bij zo’n eeuwenoude gevel. En die lantaarns kunnen praten.

#6 Luister naar de sprekende lantaarns

Celle heeft sprekende lantaarns. Voor het Hoppener Haus staan vijf kleurrijke Sprechende Laternen die uit het niets tegen elkaar beginnen te praten zodra je erbij staat.

Iedere lantaarn heeft een eigen persoonlijkheid en vertegenwoordigt een ander type inwoner van Celle. Ze vertellen verhalen over de stad, maken grapjes en gaan met elkaar in discussie. Een beetje maf? Absoluut. Maar wij vonden het juist heel leuk.

Let wel even op de tijd, want ook lantaarns blijken een lunchpauze nodig te hebben. Ze vertellen hun verhalen dagelijks van 10.00 tot 13.00 uur en van 15.00 tot 18.30 uur. Uiteindelijk zijn wij de verhalen daardoor misgelopen, dus een volgende keer zouden we hier beter op letten.

#7 Loop binnen bij de Stadtkirche St. Marien

Midden tussen de vakwerkhuizen staat de Stadtkirche St. Marien, waarvan de geschiedenis bijna net zo ver teruggaat als die van Celle zelf. De bouw begon rond de stichting van de stad in 1292 en in 1308 werd de kerk ingewijd. Van buiten oogt ze behoorlijk ingetogen, maar binnen wacht juist een uitbundig barok interieur.

Heb je nog energie over? Dan kun je ook de 74,5 meter hoge kerktoren beklimmen. Na 235 treden kijk je uit over de vakwerkdaken en Schloss Celle. Extra leuk is de oude traditie van de Turmbläser: op vaste momenten klimt een trompettist naar boven om een koraal in alle vier de windrichtingen te blazen.

#8 Wandel door de Französischer Garten

Na honderden vakwerkgevels is wat groen best lekker. Direct ten zuiden van de Altstadt ligt de Französischer Garten, die eind zeventiende eeuw werd aangelegd door Franse hoveniers in dienst van hertog George Willem. De lange dubbele lindelaan uit 1695 en 1696 vormt nog altijd de ruggengraat van het park.

En ook hier duikt Caroline Mathilde weer op. Toen de verbannen Deense koningin in 1772 naar Celle kwam, werd de tuin speciaal voor haar opgeknapt. In het park staat nog altijd een monument voor haar. Later werd de strakke Franse tuin omgevormd tot een veel losser Engels landschapspark, waardoor je tegenwoordig eigenlijk een mix van verschillende periodes ziet.

Tip: Bij mooi weer is Café Müller am Französischen Garten een leuke stop tijdens je wandeling door het park. Je kunt er terecht voor koffie met taart, maar in de zomer ook voor een ijsje.

#9 Bekijk het Alte Rathaus

Aan de Markt vind je het Alte Rathaus, samen met het kasteel en de Stadtkirche een van de oudste gebouwen van Celle. De oorsprong gaat terug tot de stichting van de stad in 1292.

Vooral de rijk versierde gevel past perfect tussen alle vakwerkhuizen eromheen. Loop dus niet alleen door naar het kasteel, maar kijk hier ook even omhoog. Het Rathaus laat mooi zien dat Celle niet alleen een hertogelijke residentie was, maar ook gewoon een stad waar handel werd gedreven en bestuurd moest worden.

#10 Drink een wijntje in de mini-binnentuin van Zapfhahn

Een van onze leukste ontdekkingen in Celle zat verstopt achter een winkel. Zapfhahn is een kleine delicatessen- en wijnzaak in een bijna 450 jaar oud vakwerkhuis, waar je kunt rondneuzen tussen wijn, likeuren, oliën, azijnen en allerlei lekkers. Maar loop vooral even door naar achteren.

Daar verstopt zich een piepkleine binnentuin met slechts een paar tafeltjes. Plof hier neer voor een glas wijn met wat kaasjes en geniet van dit heerlijke plekje. Midden in de Altstadt, maar toch helemaal verscholen achter de historische gevels. Het is zo’n adresje waar je zelf makkelijk voorbij zou lopen en dat we daarom graag tippen.

Deze reis maakten we op uitnodiging van ‘9 Cities + 2 in Lower Saxony’, een samenwerking tussen een aantal van de leukste steden van Nedersaksen. Zin om zelf op ontdekking te gaan? Op 9staedte.de vind je volop inspiratie voor je eigen trip.